Leven met gemis in het licht van Gods nabijheid

1 januari 2026.

Voor velen voelt deze dag als een nieuw begin. De kalender slaat om, woorden als vooruitkijken en nieuwe kansen klinken overal. Maar voor wie leeft met verlies kan deze dag juist confronterend zijn. Want terwijl de tijd doorgaat, blijft het gemis. Verdriet laat zich niet resetten. Het nieuwe jaar begint, maar niet alles is nieuw.

 

Rouw trekt zich niets aan van jaartallen. Ze volgt geen planning en kent geen vaste route. Wat je verloren bent, neem je vaak mee het nieuwe jaar in. Soms scherp aanwezig, soms stiller op de achtergrond, maar nooit helemaal weg. Juist op dagen waarop anderen vooruitkijken, kan het gemis extra voelbaar worden.

 

Verlies kent vele vormen. Het verlies van een dierbare. Het verlies van gezondheid, veiligheid, toekomstverwachting, een relatie of een leven dat ooit vanzelfsprekend was. Niet elk verlies is zichtbaar voor de buitenwereld, maar elk verlies kan diep ingrijpen. Rouw gaat niet alleen over wat er is gebeurd, maar ook over wat er nooit meer zal zijn.

 

De Bijbel maakt rouw niet kleiner dan zij is. Integendeel. Verdriet krijgt ruimte, woorden en bedding. Van Genesis tot Openbaring klinken de stemmen van mensen die rouwen, klagen en vragen. God nodigt hen niet uit om hun tranen te verbergen, maar om ze bij Hem te brengen.

 

“De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij verlost de verbrijzelden van geest.” (Psalm 34:19)

Een God die verdriet kent

Rouw is geen teken van zwak geloof. Jezus Zelf werd diep geraakt door verlies. Bij het graf van Lazarus lezen we eenvoudig en indringend:

“Jezus weende.” (Johannes 11:35)

Deze korte zin zegt alles. Jezus wist dat Lazarus zou opstaan, en toch huilde Hij. Hij ging niet voorbij aan het verdriet van Maria en Marta. Hij stond erbij, voelde mee en liet Zich raken. Daarmee openbaart Hij wie God is: geen God op afstand, maar een God die het lijden binnengaat.

Wie rouwt, hoeft God niet te zoeken buiten het verdriet. Hij is er middenin aanwezig.

 

Ruimte om te klagen en te vragen

Rouw brengt emoties met zich mee die verwarrend of confronterend kunnen zijn. Boosheid. Leegte. Schuldgevoel. Wanhoop. De Psalmen laten zien dat deze gevoelens een plek mogen hebben. Ze geven woorden aan pijn die niet netjes of afgerond is.

“Hoe lang, HEERE, zult U mij steeds vergeten? Hoe lang verbergt U Uw aangezicht voor mij?” (Psalm 13:2)

Klagen is in de Bijbel geen gebrek aan vertrouwen, maar een vorm van relatie. Het is je hart openen voor God, juist wanneer je Hem niet begrijpt. In die eerlijkheid ontstaat ruimte voor troost die niet oppervlakkig is, maar diep gedragen.

 

Wanneer het leven verdergaat en jij stilstaat

Een van de moeilijkste kanten van rouw is dat de wereld doorgaat, terwijl jouw binnenwereld tot stilstand kan komen. Verwachtingen blijven bestaan, agenda’s vullen zich, maar iets in jou is veranderd. Dat kan een gevoel van vervreemding geven. Alsof je niet meer meebeweegt met het tempo om je heen.

Rouw vraagt geen snelheid. Ze vraagt aanwezigheid. Ruimte om te mogen blijven staan bij wat er is gebeurd. Ruimte om niet te hoeven uitleggen waarom het nog steeds pijn doet. Ruimte om te erkennen dat dit verlies je heeft gevormd, ook al weet je nog niet hoe.

Deze pagina wil zo’n ruimte zijn. Een plek waar woorden worden gegeven aan wat vaak moeilijk te zeggen is. Niet om rouw te verklaren of op te lossen, maar om naast je te gaan staan.

 

Leven met wat blijft

Loslaten betekent in rouw zelden vergeten. Vaak gaat het om leren leven met wat is veranderd. Met herinneringen die blijven. Met liefde die geen plek meer heeft zoals vroeger. Met een leegte die soms onverwacht voelbaar is.

“Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij.” (Psalm 23:4)

Dit dal wordt niet ontkend en niet verkort. Het is een weg waar iemand doorheen gaat, niet omheen. God belooft geen omweg, maar wel Zijn aanwezigheid onderweg.

 

Hoop die niet duwt

Christelijke hoop staat niet tegenover rouw. Ze ontkent het verdriet niet en dwingt niemand om snel verder te gaan. Hoop betekent niet dat het nu beter moet voelen, maar dat het lijden niet het laatste woord heeft.

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheid en de God van alle troost.” (2 Korintiërs 1:3)

Troost in de Bijbel is geen snelle oplossing. Het is nabijheid, bemoediging en perspectief, midden in de pijn. Soms is die hoop nauwelijks voelbaar. Dat maakt haar niet minder waar.

 

Het nieuwe jaar ingaan met rouw

Misschien ga je 2026 niet binnen met plannen, maar met voorzichtigheid. Misschien niet met antwoorden, maar met vragen. Misschien niet met vooruitzicht, maar met verlangen naar rust.

God vraagt op deze eerste dag van het jaar niets van je. Hij nodigt je niet uit om sterk te zijn of om het verleden achter je te laten. Hij nodigt je uit om te komen zoals je bent.

“Hij heeft de gebrokenen van hart genezen en hun wonden verbonden.” (Psalm 147:3)

Misschien wordt dit jaar geen jaar van grote stappen, maar van kleine ademruimte. Niet van oplossen, maar van dragen. Niet van vergeten, maar van leren leven met wat blijft.

 

Een toekomst zonder ontkenning van nu

De Bijbel spreekt ook over een toekomst waarin rouw niet het laatste woord heeft. Die belofte is geen ontsnapping aan het heden, maar een bedding eronder.

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.” (Openbaring 21:4)

Deze woorden nemen het verdriet van vandaag niet weg, maar plaatsen het in een groter verhaal. Een verhaal waarin God Zelf de tranen ziet en zal afwissen.

Deze blog wil geen antwoorden geven waar woorden tekortschieten. Ze wil ruimte bieden. Voor pijn, voor geloof, voor vragen en voor hoop. Voor iedereen die leeft met verlies en zoekt naar troost die niet oppervlakkig is, maar diep geworteld.

 

Je hoeft je rouw niet te verklaren. Je hoeft haar niet te versnellen.

Je mag dit nieuwe jaar ingaan met alles wat je meedraagt, in het vertrouwen dat God je ziet, kent en nabij is.