Deel 1 – Gods hart voor herstel

Serie: Gods hart voor herstel

“Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”
– Exodus 15:26

Waar begin je als je verlangt naar genezing?

Misschien is dat wel een vraag die je jezelf hebt gesteld. Omdat je zelf ziek bent. Omdat iemand van wie je houdt lijdt. Of omdat je al zo vaak hebt gebeden en je je afvraagt waarom er niets lijkt te veranderen.

Als het over ziekte en genezing gaat, komen er vaak meer vragen dan antwoorden. Waarom wordt de één wel genezen en de ander niet? Waarom lijkt God soms zo dichtbij en op andere momenten zo stil?

Het zijn eerlijke vragen. Misschien herken je ze. Misschien draag je ze al lange tijd met je mee.

Toch heb ik ontdekt dat de Bijbel ons uitnodigt om ergens anders te beginnen. Niet bij onze vragen. Niet bij onze ervaringen. Maar bij God Zelf.

Want hoe wij naar genezing kijken, wordt uiteindelijk bepaald door hoe wij naar God kijken. Als ons beeld van God onvolledig of vertekend is, zal ook ons beeld van ziekte, lijden en herstel uit balans raken.

Daarom wil ik deze serie beginnen bij Zijn hart.

Wie is God?

Door de hele Bijbel heen maakt God Zichzelf steeds beter bekend. Hij openbaart Zich als Schepper, Herder, Redder, Koning en Vader. Maar op een bijzonder moment noemt Hij ook een Naam die alles zegt over Zijn verlangen voor mensen.

“Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”
– Exodus 15:26

In het Hebreeuws staat hier JHWH Rapha: de HEERE die geneest.

Dat betekent niet dat God af en toe geneest wanneer Hij dat besluit. Het laat zien wie Hij is. Zoals God liefdevol, trouw en rechtvaardig is, zo openbaart Hij Zich ook als Degene die herstelt wat gebroken is.

Dat herstel raakt veel meer dan alleen ons lichaam. God verlangt naar herstel van de hele mens: lichaam, ziel en geest.

Ziekte hoorde nooit bij Gods bedoeling

Wanneer je de eerste hoofdstukken van Genesis leest, zie je Gods oorspronkelijke bedoeling. Een wereld zonder ziekte, zonder pijn, zonder dood en zonder verdriet. Na iedere scheppingsdag klinkt dezelfde conclusie: “En God zag dat het goed was.”

Pas na de zondeval verandert alles. Vanaf dat moment doet de gebrokenheid haar intrede in de schepping. Sindsdien leven we in een wereld waarin ziekte, lijden en sterfelijkheid werkelijkheid zijn.

Dat betekent niet dat God de bron van ziekte is. De Bijbel laat juist zien dat de hele schepping uitziet naar de dag waarop God alles nieuw zal maken.

“Want wij weten dat de hele schepping gezamenlijk zucht en in barensnood verkeert.”
– Romeinen 8:22

De wereld is gebroken, maar God heeft haar nooit losgelaten.

Kijk naar Jezus

Als je wilt weten hoe God werkelijk is, hoef je uiteindelijk maar naar één Persoon te kijken: Jezus.

Hij zei:

“Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.”
– Johannes 14:9

Wanneer ik de evangeliën lees, valt mij steeds opnieuw op hoe Jezus naar mensen kijkt. Hij zag nooit alleen een ziekte of een probleem. Hij zag de mens.

Hij zag de vrouw die al jaren buitengesloten werd. Hij zag de blinde langs de weg. Hij zag de verlamde die door zijn vrienden bij Hem werd gebracht. Hij zag mensen die door anderen vaak over het hoofd werden gezien.

Steeds opnieuw lezen we dat Hij met ontferming bewogen werd. Dat raakt mij. Genezing stond bij Jezus nooit los van liefde. Zijn wonderen waren geen spektakel, maar een venster op Gods hart. Ze lieten zien hoe Gods Koninkrijk eruitziet wanneer Zijn liefde doorbreekt in een gebroken wereld.

Herstel is groter dan genezing alleen

Wanneer wij over genezing spreken, denken we vaak als eerste aan het lichaam. De Bijbel kijkt breder.

God verlangt naar herstel van de hele mens. Soms begint dat met vergeving. Soms met vrede. Soms met hoop. Soms met een genezing die zichtbaar is. En soms met een hart dat midden in moeilijke omstandigheden opnieuw rust vindt bij God.

Zijn werk is altijd gericht op herstel. Hij wil mensen dichter bij Zich brengen en hen steeds meer herstellen naar Zijn oorspronkelijke bedoeling.

Mijn persoonlijke overtuiging

Door de jaren heen heb ik veel nagedacht over dit onderwerp. Ik heb mensen zien herstellen op manieren die ik niet kon verklaren. Ik heb ook gezien dat genezing soms langzaam kwam. En ik heb meegemaakt dat mensen ondanks veel gebed niet beter werden.

Dat laatste blijft moeilijk. Ik heb niet op al mijn vragen een antwoord. Maar één ding is in de loop van de jaren alleen maar sterker geworden: mijn vragen hoeven nooit groter te worden dan Gods karakter.

Daar houd ik mij aan vast. Want wat ik in Jezus zie, laat mij steeds opnieuw ontdekken hoe goed de Vader is.

Misschien lees je dit met pijn

Misschien draag je zelf ziekte met je mee. Misschien leef je met zorgen om iemand van wie je houdt. Misschien ben je teleurgesteld omdat je zo vaak hebt gebeden en het antwoord uitbleef.

Dan wil ik je vooral dit meegeven.

God ziet je. Hij kent jouw verhaal. Je bent voor Hem geen moeilijke vraag die opgelost moet worden, maar een geliefd kind. Hij nodigt je uit om met alles naar Hem toe te komen. Ook met je twijfel. Ook met je verdriet. Ook met de vragen waarop je nog geen antwoord hebt.

Ons geloof begint uiteindelijk niet bij een wonder.

Het begint bij de Persoon van Jezus.

En hoe beter wij Hem leren kennen, hoe meer wij het hart van de Vader ontdekken.

Daar begint iedere weg van herstel.