Deel 3 – De Gever vóór de gaven

Serie: Gods hart voor herstel

“Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal.”
– Handelingen 1:8

Bij Wie begint het?

Wanneer we spreken over genezing, wonderen of geestelijke gaven, zijn we al snel nieuwsgierig naar wat God doet.

Dat is heel begrijpelijk.

Maar de Bijbel leert ons eerst te kijken naar Wie God is.

Nog voordat we nadenken over de gaven, mogen we de Gever leren kennen.

De Heilige Geest is geen onpersoonlijke kracht of een bijzondere energie. Hij is God Zelf. De Trooster die Jezus heeft beloofd. Hij woont in iedereen die in Christus gelooft en verlangt ernaar om ons steeds dichter bij de Vader te brengen.

Daarom kunnen we de gaven van de Geest nooit losmaken van een levende relatie met de Heilige Geest.

Hij wijst altijd naar Jezus

Misschien is dat wel het mooiste kenmerk van de Heilige Geest.

Hij vraagt nooit de aandacht voor Zichzelf.

Hij wijst altijd naar Jezus.

Jezus zei hierover:

“Hij zal Mij verheerlijken.”
– Johannes 16:14

Waar de Heilige Geest werkt, groeit de liefde voor Christus. We krijgen meer verlangen om Gods Woord te begrijpen, Hem te vertrouwen en Hem te volgen.

Dat is uiteindelijk het grootste bewijs van Zijn werk.

Waarom geeft God geestelijke gaven?

Soms lijkt het alsof geestelijke gaven vooral bijzonder of indrukwekkend moeten zijn.

Paulus laat iets heel anders zien.

Hij schrijft dat de gaven gegeven worden tot welzijn van allen. Niet om iemand belangrijk te maken, maar om anderen te dienen.

Ook de gave van genezing staat volledig in dat licht.

God geeft nooit een gave zodat wij in het middelpunt komen te staan.

Elke gave is bedoeld om Zijn liefde zichtbaar te maken en mensen dichter bij Jezus te brengen.

Genezing wijst altijd verder

Wanneer God geneest, is dat een prachtig wonder.

Maar het wonder is nooit het einddoel.

Het wijst altijd verder.

Verder naar Gods liefde.

Verder naar Zijn Koninkrijk.

Verder naar Jezus.

Dat zie je steeds opnieuw in de evangeliën en in Handelingen. Wonderen openen deuren, maar uiteindelijk gaat het God altijd om de mens achter het wonder.

Zijn verlangen is niet alleen dat een lichaam herstelt.

Zijn verlangen is dat mensen Hem leren kennen.

Gaven groeien het mooist aan de boom van de liefde

Paulus schrijft veel over geestelijke gaven.

Maar precies tussen zijn onderwijs daarover plaatst hij één hoofdstuk dat misschien wel het belangrijkste is.

Het hoofdstuk over de liefde.

Dat is geen toeval.

Blijkbaar wil God ons eerst leren liefhebben voordat Hij ons leert dienen.

Daarom spreekt de Bijbel niet alleen over de gaven van de Geest, maar ook over de vrucht van de Geest. Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing zijn geen eigenschappen die we zelf produceren. Ze groeien wanneer we dicht bij Jezus leven.

Karakter is uiteindelijk belangrijker dan charisma.

Want de mooiste gave verliest haar kracht wanneer liefde ontbreekt.

Wat ik zelf heb geleerd

Door de jaren heen ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van het werk van de Heilige Geest.

Ik geloof dat Hij vandaag nog steeds geneest.

Ik geloof dat Hij nog steeds spreekt, troost en mensen vernieuwt.

Maar ik ben ook gaan ontdekken dat Zijn grootste wonderen soms heel stil zijn.

Een verbitterd hart dat weer leert vergeven.

Vrede die terugkomt terwijl de omstandigheden niet veranderen.

Hoop die langzaam terugkeert na een periode van diepe rouw.

Ook daarin zie ik het werk van de Heilige Geest.

En misschien zijn juist dát wel de wonderen die het meest laten zien hoe Gods Koninkrijk doorbreekt.

Een uitnodiging

Misschien hoef je vandaag niet als eerste te vragen welke gave God jou wil geven.

Misschien is een andere vraag belangrijker.

Heilige Geest, wilt U mij helpen om Jezus beter te leren kennen?

Ik geloof dat waar die relatie groeit, de rest vanzelf op zijn plaats valt.

Want de Heilige Geest wijst altijd naar Christus.

En waar Jezus centraal staat, krijgen ook Zijn gaven de plek die Hij ervoor bedoeld heeft: tot eer van God en tot zegen van mensen.